Stappenplan sauna
In dit artikel nemen we je stap voor stap mee door wat je kunt verwachten en wat je het beste kunt doen wanneer je de sauna betreedt.
Start met een warme douche
1. Douchen: Neem eerst een warme douche om je lichaam schoon te maken en alvast te laten wennen aan de warmte.
2. Voetenbad: Begin met een warm voetenbad (± 5–10 min). Dit helpt je lichaam geleidelijk op te warmen en zorgt dat je sneller gaat zweten in de sauna.
3. Sauna in (8–15 min) Kies een sauna die bij je past:
- Finse sauna (80–100°C) → intens, droog, klassiek
- Infrarood sauna → milder, werkt dieper op spieren
- Stoombad (hammam, 40–50°C) → vochtig, goed voor huid en luchtwegen
- Bio sauna → lagere temperatuur, vaak met geur/aroma
Blijf 8–15 minuten en luister naar je lichaam.
4. Afkoelen: Koel je lichaam goed af (heel belangrijk!):
- Koude douche
- Dompelbad (kort en krachtig)
- Of buiten afkoelen in frisse lucht
Tip: begin bij je voeten en werk omhoog richting hart.


Pak je rustmoment
5. Rustmoment (10–15 min): Neem echt de tijd om te ontspannen:
- Ga zitten of liggen
- Drink water of thee
- Laat je hartslag weer zakken
6. Herhalen (2–3 rondes): Herhaal de cyclus 2 à 3 keer. Je kunt variëren:
- Ronde 1: stoombad (mild)
- Ronde 2: Finse sauna (intens)
- Ronde 3: infrarood of bio sauna (ontspannend)
7. Afronden: Neem een laatste douche (lauw of warm). Eventueel nog een korte relax-moment. Verzorg je huid met crème of olie.
Neem altijd een handdoek mee in de sauna en ga daarop zitten of liggen (hygiëne + comfort).




Start met een warme douche
1. Douchen: Neem eerst een warme douche om je lichaam schoon te maken en alvast te laten wennen aan de warmte.
2. Voetenbad: Begin met een warm voetenbad (± 5–10 min). Dit helpt je lichaam geleidelijk op te warmen en zorgt dat je sneller gaat zweten in de sauna.
3. Sauna in (8–15 min) Kies een sauna die bij je past:
- Finse sauna (80–100°C) → intens, droog, klassiek
- Infrarood sauna → milder, werkt dieper op spieren
- Stoombad (hammam, 40–50°C) → vochtig, goed voor huid en luchtwegen
- Bio sauna → lagere temperatuur, vaak met geur/aroma
Blijf 8–15 minuten en luister naar je lichaam.
4. Afkoelen: Koel je lichaam goed af (heel belangrijk!):
- Koude douche
- Dompelbad (kort en krachtig)
- Of buiten afkoelen in frisse lucht
Tip: begin bij je voeten en werk omhoog richting hart.
Pak je rustmoment
5. Rustmoment (10–15 min): Neem echt de tijd om te ontspannen:
- Ga zitten of liggen
- Drink water of thee
- Laat je hartslag weer zakken
6. Herhalen (2–3 rondes): Herhaal de cyclus 2 à 3 keer. Je kunt variëren:
- Ronde 1: stoombad (mild)
- Ronde 2: Finse sauna (intens)
- Ronde 3: infrarood of bio sauna (ontspannend)
7. Afronden: Neem een laatste douche (lauw of warm). Eventueel nog een korte relax-moment. Verzorg je huid met crème of olie.
Neem altijd een handdoek mee in de sauna en ga daarop zitten of liggen (hygiëne + comfort).

